Jun 08

Enige tijd geleden heb ik via diverse kanalen een onderzoekje uitgezet over de elementen die meewegen bij de beslissing iemand al dan niet te volgen op Twitter. Eigenlijk tweeledig:
1. Wanneer ‘verschijnt iemand op je netvlies’ en besluit je naar het profiel van betreffende persoon te gaan kijken
2. Waar let je vervolgens op bij de beslissing die persoon wel/niet te volgen?

De survey bestond uit 9 vragen, varierend van multiple choice tot volgordelijsten. Ik heb in twee weken looptijd ruim 500 compleet ingevulde surveys teruggekregen, waarvan ik hier de resultaten met jullie wil delen.

Toen ik aan dit onderzoek begon had ik een aantal hypothesen die ik wilde toetsen:

1. Men kijkt primair op je profiel wanneer je start met iemand anders te volgen (op basis van de e-mail notificatie die men ontvangt)
2. Op het profiel kijkt men voornamelijk naar de informatieve waarde van de laatste 10 tweets
3. Personen met veel volgers vinden het aantal volgers van het profiel dat ze bekijken belangrijker
4. Personen die veel tweeten (10-50 per dag) vinden de informatieve waarde van tweets belangrijker
5. Lists wordt niet naar gekeken bij de beslissing iemand te volgen
6. Interactie (@replies) wordt gewaardeerd
7. Prive tweets worden minder gewaardeerd
8. Mannen letter meer op kwantitatieve elementen, vrouwen meer op kwalitatieve
9. Zelfstandig ondernemers tweeten meer dan mensen in loondienst
10. Mensen die langer op Twitter actief zijn sturen gemiddeld meer tweets

Daarnaast wilde ik erg graag een ranking op ‘belangrijkheid’ zien van alle variabelen die spelen bij de beslissing iemand te volgen.

Na het weergeven van de ruwe resultaten zal ik proberen iets over deze hypothesen te zeggen op basis van statistische verwerking.

Resultaten en disclaimer

Op basis van 500 respondenten is voor veel correlaties en verschillen geen statistische significantie aan te tonen. Het betreft hier dan ook een indicatief onderzoek waarbij ik wel heb gekeken naar correlaties, maar deze zelf interpreteer. De resultaten zijn dan ook indicatief, richtinggevend. Ze nodigen uit tot vervolgstudie om te kijken welke constructen nu daadwerkelijk significant aanwezig zijn. Ik zal nu hieronder de ‘droge’ resultaten van het onderzoek weergeven. De survey is door exact 510 respondenten ingevuld.

Demografische gegevens

Van de respondenten is 55% man en 45% vrouw. 64% van de populatie bevindt zich in de leeftijdsgroep 26-45 jaar. Slechts 1,2% is jonger dan 18 jaar en 2,4% is 56-65 jaar. 52% van de respondenten is in fulltime of parttime loondienst en 32% is zelfstandig ondernemer; 3,5% is werkzoekend.

Twittergebruik

De meerderheid (74%) is relatief nieuw op Twitter (0-2 jr).

Ongeveer de helft van de populatie stuurt tussen de 1 en 10 tweets per dag, maar liefst 20% tussen de 10 en 50 tweets. Slechts 1.4% geeft aan enkel te lezen. Eenderde heeft 0 tot 100 volgers, 45% tussen de 100 en de 500 volgers. Bijna 5% heeft 2000+ volgers.


In the spotlight

Wanneer kom je onder de aandacht van je doelgroep? Wanneer besluit je doelgroep om naar jouw profiel te gaan kijjken? Met deze vraag wil ik inzichtelijk maken op welke momenten mensen beslissen aandacht te geven aan het profiel van een specifieke twitteraar.

Jouw profiel

Ok, nu heb je de aandacht te pakken. Je doelgroep kijkt naar je profiel. Maar dan? Waar moet ik extra aandacht aan besteden? Op welke manier maak ik de kans op ‘volging’ zo groot mogelijk?
Hieronder volgt een overzicht welke elementen van een profiel men als belangrijkst ervaart.

Daarnaast heb ik over een aantal van deze elementen gevraagd in ‘welke richting’ de voorkeur gaat: meer of minder? Hieronder de resultaten:

Conclusie – kloppen de hypothesen?

Hoe kan je nu je doelgroep beinvloeden om jou te volgen op basis van kwalitatieve prikkels (dus niet via geautomatiseerde tools, je wilt toch lezers in plaats van volgers?) Uit het onderzoek komt naar voren dat twitteraars voornamelijk naar de meer kwalitatieve aspecten kijken dan de kwantitatieve. Hierbij behoren dan ook meer kwalitatief ingestoken beinvloedingsprincipes zoals Wederkerigheid, Autoriteit en Sympathie in plaats van Sociale Bewijskracht en Schaarste.

Als je graag onder de aandacht van jouw doelgroep wilt komen, begin dan een conversatie met een influencer die jouw doelgroep reeds volgt. Zorg ervoor dat uit de @reply van deze influencer op jouw vraag/verzoek/stelling blijkt over welk onderwerp het gaat. Dit is namelijk de grootste trigger voor anderen om jou te gaan volgen.

Het geeft aan dat jij:

1. Blijkbaar interessant genoeg bent voor deze invloedrijke twitteraar om mee te communiceren (principe van Autoriteit)
2. Twitter niet alleen gebruikt om te zenden of ontvangen maar ook daadwerkelijk in conversatie gaat (principe van Wederkerigheid)
3. Blijkbaar bent verbonden met het onderwerp dat in de conversatie genoemd wordt (principe van Sympathie, sub gelijksoortigheid/overeenkomstigheid)

Waar moet je dan vervolgens op letten bij het ‘presenteren’ van je profiel?

Zorg dat je een Bio hebt, maar nog belangrijker: zorg ervoor dat, op het moment dat je bovenstaande resultaten gaat gebruiken om je doelgroep op je profiel te krijgen, je laatste 10 tweets optimaal zijn.

Wat is dan optimaal? Ik zou zeggen: een mooie mix tussen relevante informatie delen, interactie en niet te veel prive. Op deze manier maximaliseer je de kans dat men jou gaat volgen.

Als ik nu mijn lijstje met hypothesen erbij haal kan ik op basis van de data concluderen:

1. Men kijkt primair op je profiel wanneer je start met iemand anders te volgen (op basis van de e-mail notificatie die men ontvangt)
Resultaat: Niet primair, maar secundair. De primaire activator is het verschijnen in de conversatie met een influencer
2. Op het profiel kijkt men voornamelijk naar de informatieve waarde van de laatste 10 tweets
Resultaat: Klopt, de laatste 10 tweets worden als zeer belangrijk gewaardeerd bij de beslissing al dan niet iemand te volgen
3. Personen met veel volgers vinden het aantal volgers van het profiel dat ze bekijken belangrijker
Resultaat:Uit onderzoek blijkt dat er geen significante correlatie is aangetoond tussen het aantal volgers dat men heeft en de aantrekkelijkheid van andere profielen aan de hand van het aantal volgers dat die profielen hebben. Wel blijkt dat de mensen met meer dan 100 volgers, vaker aangeven dat profielen met veel volgers interessanter voor hen zijn dan profielen met juist weinig volgers. Echter is dit verband niet significant aangetoond.
4. Personen die veel tweeten (10-50 per dag) vinden de informatieve waarde van tweets belangrijker
Resultaat: Er blijkt een significante verband te zijn tussen het belang van de informatieve waarde van tweets en het aantal tweets dat men per dag verstuurt.  De personen die veel tweeten (meer dan 10 tweets per dag) vinden het significant minder belangrijk wat de informatieve waarde is van tweets dan personen die minder dan 10 tweets per dan plaatsen.
5. Lists wordt niet naar gekeken bij de beslissing iemand te volgen
Resultaat: Klopt, lists scoren zeer laag bij de ranking
6. Interactie (@replies) wordt gewaardeerd
Resultaat: Klopt, interactie worden als zeer waardevol ervaren binnen de ideale ‘mix’ van tweets
7. Prive tweets worden minder gewaardeerd
Resultaat: Klopt deels. Alhoewel de balans zakelijk/prive als relevant wordt aangemerkt, zien we dat ruim 60% aangeeft dat de richting van deze balans niet veel uitmaakt. De 37% van de respondenten die deze balans wel relevant vindt geeft aan dat over het algemeen minder prive tweets meer worden gewaardeerd. Aan de andere kant kan worden beargumenteerd dat de aanwezigheid van prive tweets een account ‘menselijker’ maakt, wat weer ten goede komt aan de Sympathie factor, je doelgroep kan zich gemakkelijker inleven.
8. Mannen letter meer op kwantitatieve elementen, vrouwen meer op kwalitatieve
Resultaat: Er blijken geen significante verschillen te zijn tussen mannen en vrouwen. Het aantal tweets dat men verstuurt of het aantal volgers, is bij beide groepen ongeveer gelijk. Daarnaast is er ook egen significant verschil tussen de man en vrouw wat betreft de elementen waar zij op letten bij het volgen van een persoon.
9.Zelfstandig ondernemers tweeten meer dan mensen in loondienst
Resultaat: Onderzoek wijst uit dat er geen significante verschillen zijn tussen werknemers en ondernemers in het aantal tweets dat men verstuurd tussen. In beide gevallen is het aantal mensen dat minder dan 10 tweets per dag verstuurd groter dan het aantal mensen dat meer dan 10 tweets per dag verstuurt.
10. Mensen die langer op Twitter actief zijn sturen gemiddeld meer tweets
Resultaat: Het aantal jaar dat men actief is op twitter heeft wel significant effect op het aantal tweets dat men verstuurt. Hoe langer men actief is op twitter, hoe meer tweets zij gaan versturen.

Tot slot

Ik wil iedereen die mee heeft gedaan aan dit onderzoekje bedanken. Ik denk dat het waardevolle inzichten heeft geleverd in het besluitvormingsproces rondom ‘volgen’. Ook wil ik Renco Schoemaker (@rencosch), mede-eigenaar van Inzicht Marktonderzoek, bedanken voor de hulp bij de statistische verwerking van de ruwe data. Hij heeft aardig wat SPSS-crunching gedaan om mij te helpen.

Ik ga in de toekomst meer met @mediapsycholoog meer onderzoek te gaan doen naar praktische toepasbare inzichten vanuit onze research- en adviesorganisatie Grey Matters.

Wat zouden jullie nog graag op het gebied van (social) media willen weten om je te helpen bij je professionele werkzaamheden?

  • Pingback: Ernst Jan Bos

  • Pingback: Jan Kaptein

  • Pingback: Django Blok

  • Pingback: nance buys

  • Pingback: ANTECY

  • Pingback: Barbara Philipsen

  • Ingur Zimmermann

    Leuk, Mischa! Erg goed om te zien dat er mensen zijn die wat wetenschappelijker te werk gaan. Ik denk dat erg nodig is in dit vakgebied, dat wat mij betreft bol staat van onherleidbare (vaak dubieuze) cijfers.

    Ik wil graag 3 opmerkingen delen over dit onderzoek.

    Als eerste een algemene opmerking over het instrument. Gezien het doel en de middelen is het natuurlijk zeer goed te verkopen om een vragenlijst te hanteren. Nadeel is dat we dan alleen kunnen concluderen wat mensen zéggen dat ze doen, maar niet weten hoe die beweringen correleren met het werkelijke gedrag. Daarom zou het interessant zijn om associatieonderzoek, eye-trackingonderzoek of een ander instrument te hanteren om dat te onderzoeken. Ik ben benieuwd of het beeld dan gehandhaafd blijft.

    Ten tweede is de frequentie van volgen nog buiten beschouwing gelaten. Nu kun je alleen concluderen welke activator de grootste kans op een volger geeft, maar niet welke activator de meeste volgers veroorzaakt. Zo kan het zijn dat de activator ‘Als ik die persoon in een @-reply van iemand die ik volg zie staan over een interessant onderwerp’ wellicht de beste kans geeft, maar relatief weinig voorkomt. Want hoe vaak tweet iemand anders over een onderwerp en noemt jouw naam daar in?

    Natuurlijk kun je de kans op een volger maximaliseren door tweets a la de activator hierboven op te stellen (zoals je terecht adviseert). Maar hoe vaak kun je dat als organisatie doen en serieus geïnteresseerd overkomen?

    Toegegeven, grote aantallen volgers zijn geen primair doel van Twitter. Maar dit onderzoek wil iets zeggen over wat mensen triggert om een ander te gaan volgen. Daarom is het denk ik belangrijk om mee te nemen welke activatoren relatief veel volgers opleveren.

    Kortom, de primaire activator kan wel het verschijnen in een conversatie met een influencer zijn, maar gezien de (zelfgeïnduceerde) frequentie, ook een minder belangrijke als je kijkt naar volgersopbrengst. Mogelijk dat het daardoor nog te snel is om de eerste hypothese te verwerpen.

    Tot slot een punt over de principes van Cialdini. Hoewel ik ze ook bruikbaar vind als sociale mechanismen voor invloed op anderen, vraag ik me af of ze hier echt van nut zijn. Je merkt op dat mensen vooral naar de kwalitatieve kant kijken en daardoor voornamelijk met wederkerigheid, autoriteit en sympathie te maken hebben. Hoewel ze zeker van belang zijn, denk ik, blijft het meest belangrijke: de gedeelde interesse. Wat mensen online verbindt, hun sociale object, is die gedeelde interesse. En mensen gebruiken mogelijk de informatie over de afzender voornamelijk als instrument om de waarde van die informatie in te kunnen schatten.

    De 3 topelementen op basis waarvan mensen beslissen iemand anders te volgen (informatiewaarde van de laatste 10 tweets, biografische gegevens, en persoonlijke of zakelijk aard) ondersteunen dat. Alledrie slaan ze namelijk op die gedeelde interesse. Informatiewaarde van de laatste 10 tweets toont hoeveel ze van die gedeelde informatie waarschijnlijk zullen aantreffen. De aard van de informatie ook. En biografische gegevens tonen iemand wie de bron is, dus hoe betrouwbaar de informatie mogelijk is.

    Kortom, de invloedprincipes kunnen van belang zijn, maar de gedeelde interesse het meest belangrijke. Voor wie volgers wil, althans.

    • http://mischacoster.com/ Mischa Coster

      Hoi Ingur, bedankt voor je uitgebreide reactie! Ik ga nog inhoudelijk reageren, hoor. Maar nu even wat druk met andere zaken zoals de TEDxHogeschoolUtrecht enzo… Maar ik vergeet het niet, vind het namelijk erg interessant hoe je hiernaar kijkt.

    • http://mischacoster.com/ Mischa Coster

      Hoi Ingur,

      TEDx achter de rug, even wat uitgebreider antwoord op jouw 3 punten:

      1. Instrument. Helemaal mee eens. Insteek van het onderzoek was, zoals gezegd, indicatief. Vervolgonderzoek met eyetracking gecombineerd met EEG zou erg mooi zijn. Grotere steekproef, ook niet-twitteraars lijkt me interessant om erachter te komen waar mensen die niet bekend zijn met het platform naar kijken en door getriggerd worden.

      2. Ik snap wat je bedoelt. Echter, voor de verklaring maakt dit niet uit. Het gaat mij om de impact, niet frequentie. Daar zorg je namelijk zelf voor. Je vraag je af ‘hoe vaak kan je dat als organisatie doen en toch serieus geïnteresseerd overkomen’? Antwoord: genoeg, als je maar serieus geïnteresseerd BENT. Influence is een spel van subtiliteiten namelijk. Het door jou aangehaalde voorbeeld “als ik die persoon zie in de reply ….” kan door jezelf worden gebruikt als influence strategie. Inderdaad als het beschrijvend zou zijn zou je de impact moeten wegen met frequentie van voorkomen. Maar zo is deze blogpost niet bedoeld. Het onderzoekje is gedaan om een indicatie te geven waar anderen op letten, zodat je dit zelf kunt gebruiken. Dus niet beschrijving over hoe vaak het daadwerkelijk voorkomt in de populatie. Zou overigens ook interessant zijn, want je zou een nieuwe hypothese kunnen bedenken over de mate van effectiviteit van je strategie als die strategie vaak in de populatie voorkomt. Ik zou dan een omgekeerd evenredig verband verwachten tussen impact en voorkomen, door ‘afvlakking’ of ‘gewenning’ of zelfs ‘blindheid’. We zouden zelfs (maar nu draaf ik door) een nieuwe term kunnen ontdekken naast ‘banner-blindness’ namelijk ‘RT-blindness’ :-)

      3. De principes zijn zeker van belang, hier maak ik me hard voor. Je geeft zelf aan dat ‘gedeelde interesse’ de belangrijkste factor voor sociale netwerken is. Ben ik het mee eens, en laat ‘gedeelde interesse’ nou 1 van de 3 onderdelen van Sympathie zijn! 1=fysieke aantrekkelijkheid 2=gelijksoortigheid (overeenkomsten, interesses) 3=associatie (je bent wie je kent). En sympathie is weer een katalysator van sociale bewijskracht.

      Misschien dat #followers niet zo belangrijk is, maar sociale bewijskracht speelt weer wel bij bv Facebook comments.

      Zoals je zelf zegt, gedeelde interesse – Sympathie – is zeer belangrijk bij de Top 3. Klopt, en ook het delen van interessante informatie. En dit laatste is nou een precies een goed voorbeeld van wederkerigheid: iets geven zonder daar direct iets voor terug te verwachten. Maar wel in het achterhoofd weten dat de kans op ‘compliance’ in te toekomst groter is. En als je geen attitude- of gedragsdoelstelling voor ogen hebt, waarom zit je dan op Twitter? Je wilt toch dat je volgers gaan:

      reageren OF retweeten OF doorklikken OF hun attitude veranderen OF meehelpen (cocreatie) OF zelf aan de slag gaan OF …… (vul maar in)

      Ik parafraseer daarom jouw laatste zin:

      “Kortom, de invloedprincipes zijn van belang, omdat gedeelde
      interesse (Sympathie) en het delen van deze interesse (Wederkerigheid) het meest worden gewaardeerd. Voor wie wil dat zijn/haar volgers iets gaan doen of denken, althans.”

      • Ingur Zimmermann

        Dank voor je reactie! Die RT-blindness zie ik als term wel populair worden; als opvolger van ontvrienden. :)

        Wat betreft het laatste punt: op zich wel een aardig onderscheid om de gedeelde interesse en de handeling van het delen van informatie rond die interesse apart te benoemen. Het zijn inderdaad in feite twee kanten van het sociale object, maar je kunt ze net zo goed als deze twee principes wegzetten. 

        Ik denk dat ik allebei de benaderingen ga gebruiken, omdat ze elkaar aanvullen. Het sociaal object stelt me in staat om in 1 zin uit te leggen waar het bij een bepaald medium om gaat. Cialdini’s termen helpen om uit te leggen wat je daar het beste kunt doen.

        Nogmaals dank!

  • Pingback: Mischa Coster 

  • Pingback: Jos Wubbeling

  • Pingback: Anine Wink

  • Pingback: Anine Wink

  • Pingback: Peter Bekel

  • Pingback: José Pilon

  • Pingback: Christiaan W. Lustig

  • Pingback: Jan Willem Bakker

  • Pingback: De Schrijfzolder

  • Pingback: Master MPC

  • Pingback: Sander van den Broek

  • Pingback: Just Connecting

  • Pingback: Rick Bouter

  • Pingback: Patricia de Groot

  • Pingback: Camping de Nesse

  • Pingback: Gastvrij NH

  • Pingback: Matthijs Zoons

  • Pingback: JacquelinevanZetten

  • Pingback: Edward Breedveld

  • Pingback: Maarten van der Boon

  • Pingback: Tijmen van Ginkel

  • Pingback: Jorden Lentze

preload preload preload